Algemeen
Deze vlinder is zowel ┤s nachts als overdag actief. De mannetjes zijn bruin tot grijsbruin van kleur en bezitten opvallende grote, breed geveerde antennes. De vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes en zijn veel lichter, tot bijna wit van kleur. Nadat het vrouwtje de eitjes heeft gelegd, bedekt ze deze met een laagje haren afkomstig van haar eigen lichaam. Daaraan danken ze hun bijnaam donsvlinder. De rups is grijs tot bijna zwart van kleur met lichte lengte strepen over zijn lichaam. Opvallend zijn de gelijkmatige staande plukken lange haren en de rijen noppen op het lichaam. De voorste noppen hebben een blauwe kleur en de achterste zijn rood tot bruin van kleur.

Afmetingen
Tussen de 35 tot 55 mm spanwijdte.

Habitat
Overwintering heeft plaats in ei-stadium.

Waardplant
De rupsen hebben geen echte voorkeur wat hun voedsel betreft. Ze eten van vele bomen en struiken de bladeren en kunnen daarbij soms veel schade aanbrengen.

Vliegtijd
Tussen juni en augustus is de vliegtijd.

Verspreiding
Europa en AziŰ. Rond 1860 is deze soort in Noord Amerika ge´ntroduceerd en verspreid zich daar steeds verder.